Ze zit achter de kassa.
Met vlugge vingers schuift ze de producten voor het oog van de scanner.
Bliep.
Ze heeft kort haar en is grijzend aan de slapen. Het is een mannelijk kapsel; geschoren in de nek en geschoren achter de oren en bovenop ietsje langer.
Ik stel me voor hoe ze na het douchen alleen haar vingers nog door haar handdoek droge haar hoeft te halen.Lekker praktisch.
Met strakke lippen vraagt ze aan de klant voor mij of hij nog een bon van het statiegeld heeft.
Als hij nee zegt slaat ze resoluut de kassa aan en noemt luid en duidelijk het te betalen bedrag.
Zonder lach staart ze recht voor zich uit, terwijl hij zijn portemonnee pakt.
Aan haar handen prijkt alleen aan de pinken een lange gevijlde nagel.
De overige nagels zijn kort gehouden. Lekker praktisch.
Behalve dus die van de pinken.
Het is het enige vrouwelijke aan haar.
Het enige vrouwelijke dat ze zichzelf toestaat.
Een mens moet wel praktisch blijven.
Posts tonen met het label alledag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label alledag. Alle posts tonen
vrijdag 28 februari 2014
zaterdag 14 april 2012
Krant
Volkskrant zaterdag 14 april
Gelezen: Katern Wetenschap pag 3
"De Griekse dichter Aristofanes noemde de wolken eens de beschermgodinnen van de nietsende mens"
Gedacht: Prachtige term; de nietsende mens. Mooie zin ook.
Gelezen: Voorpagina Volkskrant magazine
"Ik ben geen type voor een bakfietsvrouwtje"
Gedacht: WAAAT?? Wat is een bakfietsvrouw? En dan dat vrouwTJE...tssss.
Hoe ziet het type 'bakfietsvrouwtje' eruit? En als hij het niet is; wat voor type is hij dan wel?
Degene die dit zegt lijkt mij iemand met een hokjesgeest.
Gelezen: Katern Reizen pag 3
Gerdi Verbeet; "Ik hou enorm van in de verte kijken. Als ik in een bergachtig buitenland ben geweest, ben ik enorm blij als ik weer in Nederland ben, waar je eindeloos ver kunt kijken."
Gedacht: Ik begrijp precies wat ze bedoelt.
Gelezen: Katern Reizen pag 7
Bed en ontbijt in Hilversum; "Het ene minpunttje dan toch; Darley's is te goedkoop."
Gedaan; geboekt, maar ik zeg niet wanneer....
Gelezen: Katern Wetenschap pag 3
"De Griekse dichter Aristofanes noemde de wolken eens de beschermgodinnen van de nietsende mens"
Gedacht: Prachtige term; de nietsende mens. Mooie zin ook.
Gelezen: Voorpagina Volkskrant magazine
"Ik ben geen type voor een bakfietsvrouwtje"
Gedacht: WAAAT?? Wat is een bakfietsvrouw? En dan dat vrouwTJE...tssss.
Hoe ziet het type 'bakfietsvrouwtje' eruit? En als hij het niet is; wat voor type is hij dan wel?
Degene die dit zegt lijkt mij iemand met een hokjesgeest.
Gelezen: Katern Reizen pag 3
Gerdi Verbeet; "Ik hou enorm van in de verte kijken. Als ik in een bergachtig buitenland ben geweest, ben ik enorm blij als ik weer in Nederland ben, waar je eindeloos ver kunt kijken."
Gedacht: Ik begrijp precies wat ze bedoelt.
Gelezen: Katern Reizen pag 7
Bed en ontbijt in Hilversum; "Het ene minpunttje dan toch; Darley's is te goedkoop."
Gedaan; geboekt, maar ik zeg niet wanneer....
woensdag 14 maart 2012
Vrije jongens
Verleden week was ik met één van mijn vriendinnen op stap. In háár stad; Amsterdam.
Heerlijk; lekker struinen door de Haarlemmerstraat. Winkeltje in, winkeltje uit.
Ondertussen kletsen we over zo ongeveer alles wat er gebeurt in ons leven. En dat is heel wat.
Één middag is veeeeuls te kort.
Want we zijn bloednieuwsgierig. Vooral naar wat al die gebeurtenissen zoal teweeg brengt ín ons.
Tegelijkertijd geven we in de winkels onze ogen en vingers, goed de kost. Kijken en voelen.
We weten blindelings wanneer de ander een ‘schat’ in handen heeft, want dan gaan we fluisteren. Heel apart. Alsof het geluid van hardop gesproken woorden de schoonheid aan zal tasten.
‘Oh, kijk! Hier. Heb je dit al gezien?’ ‘Prachtig!’
Soms maken we een kletspraatje met een Ander. Vriendin is daar goed in, vind ik. Zij kan heel achteloos, recht voor z’n raap een vraag stellen.
Zo ook vorige week. We waren in één van de vele kledingzaken, waar een wat oudere dame werkte. Deze dame was zelf vrij spraakzaam en opeens vroeg Vriendin haar; ‘hoe jong bent u eigenlijk, als ik vragen mag?’.
Dame leek deze vraag te beschouwen als een uitnodiging om haar ervaringen en bevindingen als verkoopster te delen.
Ze stond al jaren in de zaak van haar zoon. Niet alleen in Amsterdam, maar ook in Maastricht. Dat was pas echt een wereldstad, oordeelde ze.
Zelf kwam ze uit Enkhuizen, dus ze kon het een en ander met elkaar vergelijken.
Ze wist het uit ervaring, in het zuiden van het land hebben de mensen zichtbaar meer smaak en stijl.
Ook onzichtbaar, trouwens. Ze doelde op de lingerie.
Want volgens de Dame is dat in de hoofdstad erbarmelijk.
‘Vooral op vrijdag’, zei ze, ‘dan hebben de jongens vrij.’
Als onschuldige Westfries drong het niet meteen tot mij door wat ze bedoelde met ‘de jongens’.
Toen ze mijn vraaghoofd zag zei ze, ter verduidelijking;
‘Op vrijdag dragen de meeste vrouwen geen bh’.
Maar ach. Als zestigplusser zou het haar tijd wel duren.
Nog even, dan was ze zelf vrij.
Behalve haar jongens. Daar had ze het postuur niet voor.
woensdag 16 november 2011
Het lijkt wel drukkig
Tjee. De laatste maanden van het jaar zijn alweer aangebroken.
Al een tijdje.Wat gaat de tijd toch snel.
Er is nog maar zo weinig over van dit jaar en er moet nog zoveel in!!
Verjaardagen moeten gevierd, liedjes moeten er voor worden geschreven en lootjes getrokken.
Foto's zoeken en vrienden helpen klussen.
Sinterklaasavond moet nog heerlijk worden gevierd (het liefst ook nog met vrienden), de laatste pagina's van het Round-Robin boekje moet nog creatief gevuld, huiswerk gemaakt en er moet huiswerk overhoord worden.
Ik wil nog zingen in het cafe en moet daaraan voorafgaande, repeteren.
Het boek moet nog uit voor de volgende boekenclubbijeenkomst. (prachtig boek, trouwens)
De kerstpost ligt binnenkort weer te wachten op verzending en tijd voor elkaar mag natuurlijk ook niet ontbreken.
Tussendoor nog even naar de tandarts die ook nog wat vullingen wil vervangen. Daar maak ik dan ook nog een gaatje voor.
En..oh ja, er moet ook nog gewerkt worden.
Daar heb ik eigenlijk helemaal geen tijd voor.
Al een tijdje.Wat gaat de tijd toch snel.
Er is nog maar zo weinig over van dit jaar en er moet nog zoveel in!!
Verjaardagen moeten gevierd, liedjes moeten er voor worden geschreven en lootjes getrokken.
Foto's zoeken en vrienden helpen klussen.
Sinterklaasavond moet nog heerlijk worden gevierd (het liefst ook nog met vrienden), de laatste pagina's van het Round-Robin boekje moet nog creatief gevuld, huiswerk gemaakt en er moet huiswerk overhoord worden.
Ik wil nog zingen in het cafe en moet daaraan voorafgaande, repeteren.
Het boek moet nog uit voor de volgende boekenclubbijeenkomst. (prachtig boek, trouwens)
De kerstpost ligt binnenkort weer te wachten op verzending en tijd voor elkaar mag natuurlijk ook niet ontbreken.
Tussendoor nog even naar de tandarts die ook nog wat vullingen wil vervangen. Daar maak ik dan ook nog een gaatje voor.
En..oh ja, er moet ook nog gewerkt worden.
Daar heb ik eigenlijk helemaal geen tijd voor.
woensdag 14 september 2011
Boom
Er liepen twee werkmannen in de straat. Ze droegen een fel oranje overall en één van de twee had een koptelefoon, geklemd op zijn voorhoofd.
'Hier moet het ergens zijn' mompelde de koptelefoon.
Hij had een briefje in de hand met daarop een handgeschreven notitie. Met een zoekende blik keken ze beiden in het rond.
Ik vroeg of ik kon helpen. 'Overhangende boom t/o nr. 49' stond er op het briefje.
'O, ik denk dat de takken van deze, uit de kluiten gewassen vlinderstruik bedoelt worden' zei ik.
Koptelefoon bekeek de struik eens en haalde zijn wenkbrauwen op en zijn collega zijn schouders.
'Ruk ik daarvoor met groot materieel uit’?, vroeg hij zich hardop af….
'Hier moet het ergens zijn' mompelde de koptelefoon.
Hij had een briefje in de hand met daarop een handgeschreven notitie. Met een zoekende blik keken ze beiden in het rond.
Ik vroeg of ik kon helpen. 'Overhangende boom t/o nr. 49' stond er op het briefje.
'O, ik denk dat de takken van deze, uit de kluiten gewassen vlinderstruik bedoelt worden' zei ik.
Koptelefoon bekeek de struik eens en haalde zijn wenkbrauwen op en zijn collega zijn schouders.
'Ruk ik daarvoor met groot materieel uit’?, vroeg hij zich hardop af….
'Zet 'm maar even opzij lieverd, zei koptelefoon tegen zijn (mannelijke) collega, 'dan kan deze mevrouw er langs'.
dinsdag 19 juli 2011
Momentje
Ik loop met Lief in een stad op de markt
Stapvoets.
Het is vrij druk.
Het regent net even niet.
Achter mij hoor ik een stem.
Het klinkt als de stem van een jonge man.
De stem zegt; 'Zal ik straks suddervlees maken? Met jus?' en 'Hebben we nog azijn?'
Mijn blik kruist die van Lief terwijl we omkijken.
Dan kijken we elkaar verbaast aan.
Wat we hoorden klopt; man-jong-suddervlees.
Op ons gezicht verschijnt een glimlach.
Wanneer maak je die combinatie nog mee?
Stapvoets.
Het is vrij druk.
Het regent net even niet.
Achter mij hoor ik een stem.
Het klinkt als de stem van een jonge man.
De stem zegt; 'Zal ik straks suddervlees maken? Met jus?' en 'Hebben we nog azijn?'
Mijn blik kruist die van Lief terwijl we omkijken.
Dan kijken we elkaar verbaast aan.
Wat we hoorden klopt; man-jong-suddervlees.
Op ons gezicht verschijnt een glimlach.
Wanneer maak je die combinatie nog mee?
donderdag 7 juli 2011
De bakker
Vandaag kwam ik 'm tegen op straat. Terwijl ik met de auto een straat in kwam rijden, sloeg-ie net de hoek om. In zijn eigen tempo reed de bakker, in zijn bakkerswagen, de hoek om. Mijn gedachten maakten een sprong terug in de tijd van zo'n 42 jaar.
Als kind kwam de bakker bij ons aan huis. Superhandig was dat. Vers brood, zo verkocht aan de deur.
Mijn moeder hoefde er dus de deur niet voor uit. Er werd gewoon aangebeld. En wij woonden in een flat!
De bakker nam dus de moeite om met de gele mand onder de ene arm en zijn geldbuidel op zijn heup, de trappen op te lopen.
Mijn moeder had trouwens een bloedhekel aan die man. Want hij bleef maar lullen. En mijn moeder, niet van het praterige soort, zat daar niet op te wachten. Nu wil het geval dat de bakker altijd zo rond het middaguur aanbelde. Ik was dan thuis om 'tussen de middag' een broodje te eten met een beker melk, om daarna weer vrolijk naar school te huppelen.
Als de bel dan ging liet mijn moeder mij steevast de deur open doen om het brood aan te nemen. Hoefde zij niet.
Soms ging ik met de bakker mee. Zaterdags hielp ik hem dan, samen met zijn vaste hulp.
Naast elkaar zaten we, op het rood leren bankje, naast de bestuurder en sprongen er behendig uit, nog voordat-ie stilstond. Een deur zat er niet in. Ik voelde me heel wat.
Als we geluk hadden, viel er een doosje appelgebak op de grond en dat mochten we dan opeten.
Jeetje, de bakker aan de deur. En sinds vandaag weet ik dat het nog steeds bestaat.
Als kind kwam de bakker bij ons aan huis. Superhandig was dat. Vers brood, zo verkocht aan de deur.
Mijn moeder hoefde er dus de deur niet voor uit. Er werd gewoon aangebeld. En wij woonden in een flat!
De bakker nam dus de moeite om met de gele mand onder de ene arm en zijn geldbuidel op zijn heup, de trappen op te lopen.
Mijn moeder had trouwens een bloedhekel aan die man. Want hij bleef maar lullen. En mijn moeder, niet van het praterige soort, zat daar niet op te wachten. Nu wil het geval dat de bakker altijd zo rond het middaguur aanbelde. Ik was dan thuis om 'tussen de middag' een broodje te eten met een beker melk, om daarna weer vrolijk naar school te huppelen.
Als de bel dan ging liet mijn moeder mij steevast de deur open doen om het brood aan te nemen. Hoefde zij niet.
Soms ging ik met de bakker mee. Zaterdags hielp ik hem dan, samen met zijn vaste hulp.
Naast elkaar zaten we, op het rood leren bankje, naast de bestuurder en sprongen er behendig uit, nog voordat-ie stilstond. Een deur zat er niet in. Ik voelde me heel wat.
Als we geluk hadden, viel er een doosje appelgebak op de grond en dat mochten we dan opeten.
Jeetje, de bakker aan de deur. En sinds vandaag weet ik dat het nog steeds bestaat.
donderdag 30 juni 2011
woensdag 29 juni 2011
Nieuwe tijden
Ik loop door de stad en passeer een terras. Een terras van 1 tegel breed, in een winkelstraat.
Aan een van de twee tafeltjes zitten een man en een jongetje. Vader en zoon, denk ik. Vader rond de 35 jaar en zoontje rond de 7 jaar. Schat ik.
De serveerster komt aangelopen met in haar ene hand het dienblad met de bestelling. Wat weet ik niet, want ze keert haar rug naar mij en het gezicht naar hen. In haar andere hand heeft ze iets wits...
Ik hoor haar zeggen; 'O. Ik had nog een leuke kleurplaat voor je meegenomen, maar dat hoeft dus niet, zie ik'. Ik hoor iets van teleurstelling in haar stem.
Het jongetje kijkt op vanaf zijn Ipad.
Aan een van de twee tafeltjes zitten een man en een jongetje. Vader en zoon, denk ik. Vader rond de 35 jaar en zoontje rond de 7 jaar. Schat ik.
De serveerster komt aangelopen met in haar ene hand het dienblad met de bestelling. Wat weet ik niet, want ze keert haar rug naar mij en het gezicht naar hen. In haar andere hand heeft ze iets wits...
Ik hoor haar zeggen; 'O. Ik had nog een leuke kleurplaat voor je meegenomen, maar dat hoeft dus niet, zie ik'. Ik hoor iets van teleurstelling in haar stem.
Het jongetje kijkt op vanaf zijn Ipad.
dinsdag 21 juni 2011
Delen
Al een tijdje heb ik een foto van een mus als bureaubladachtergrond .
Een heerlijk rustgevend beeld, zodra ik de computer opstart.
Ik wil 'm de lezers van mijn blog niet onthouden.
Zo ben ik.
Een heerlijk rustgevend beeld, zodra ik de computer opstart.
Ik wil 'm de lezers van mijn blog niet onthouden.
Zo ben ik.
woensdag 15 juni 2011
vrijdag 27 mei 2011
Wakker
Ik lig in bed.
Langzaam word ik mij bewust van mijn omgeving ondanks dat mijn ogen gesloten zijn. Ik word wakker.
Door mijn oogleden schemert het daglicht door tot mijn bewustzijn.
Ze zijn loeizwaar, die oogleden. Ik doe niet eens een poging om ze te openen.
Ik stel mijzelf de allereerste vraag van de dag. De eerste van een stortvloed die vandaag nog zal volgen.
Hoe laat zal het zijn?
Ik heb geen idee, maar uit de stilte maak ik op dat het nog geen tijd kan zijn om op te staan.
Mijn lijf geeft ook aan hier nog helemaal niet aan toe te zijn. Mijn armen en benen zijn doordrenkt van en verzwaard door slaap. Onbeweeglijk liggen ze. Alsof ze nog daar zijn, ginds in de slaapwereld.
De slaap staat, verdekt opgesteld, even verderop.
Als ik me haast, kan ik me nog laten pakken.
Snel, snel! “He, slaap, hier ben ik! Overval me, alsjeblieft!”.
In de stilte schreeuwt mijn lijf het uit.
Maar er is een stoorzender die de ervoor zorgt dat ik geen contact krijg met de slaap. Hij staat tussen mij en de slaap in.
Deze stoorzender overschreeuwt alles. “Geleegd! Ik moet dringend geleegd!”
Ik wil doof blijven voor deze signalen. Ik kan niet. Ik wil niet. Ik moet naar de slaap. Ga weg.
Ik draai me moeizaam om en trek het dekbed stevig naar me toe in de hoop dat de signalen van mijn blaas me zo niet zullen bereiken.
“La, la, la" doe ik, als een kind met de vingers in de oren. "Slaap, joehoe!”, roep ik, tegen beter weten in. Want de blaas wint het namelijk altijd.
Zonder dat ik het weet heeft de blaas mijn motoriek overgenomen; plots sta ik naast mijn bed om naar het toilet te gaan.
B(l)aas boven baas.
Altijd.
Langzaam word ik mij bewust van mijn omgeving ondanks dat mijn ogen gesloten zijn. Ik word wakker.
Door mijn oogleden schemert het daglicht door tot mijn bewustzijn.
Ze zijn loeizwaar, die oogleden. Ik doe niet eens een poging om ze te openen.
Ik stel mijzelf de allereerste vraag van de dag. De eerste van een stortvloed die vandaag nog zal volgen.
Hoe laat zal het zijn?
Ik heb geen idee, maar uit de stilte maak ik op dat het nog geen tijd kan zijn om op te staan.
Mijn lijf geeft ook aan hier nog helemaal niet aan toe te zijn. Mijn armen en benen zijn doordrenkt van en verzwaard door slaap. Onbeweeglijk liggen ze. Alsof ze nog daar zijn, ginds in de slaapwereld.
De slaap staat, verdekt opgesteld, even verderop.
Als ik me haast, kan ik me nog laten pakken.
Snel, snel! “He, slaap, hier ben ik! Overval me, alsjeblieft!”.
In de stilte schreeuwt mijn lijf het uit.
Maar er is een stoorzender die de ervoor zorgt dat ik geen contact krijg met de slaap. Hij staat tussen mij en de slaap in.
Deze stoorzender overschreeuwt alles. “Geleegd! Ik moet dringend geleegd!”
Ik wil doof blijven voor deze signalen. Ik kan niet. Ik wil niet. Ik moet naar de slaap. Ga weg.
Ik draai me moeizaam om en trek het dekbed stevig naar me toe in de hoop dat de signalen van mijn blaas me zo niet zullen bereiken.
“La, la, la" doe ik, als een kind met de vingers in de oren. "Slaap, joehoe!”, roep ik, tegen beter weten in. Want de blaas wint het namelijk altijd.
Zonder dat ik het weet heeft de blaas mijn motoriek overgenomen; plots sta ik naast mijn bed om naar het toilet te gaan.
B(l)aas boven baas.
Altijd.
dinsdag 17 mei 2011
zondag 8 mei 2011
Je weet het niet
Het is alweer een week geleden dat ik voor de laatste keer een berichtje geplaats heb.
Toen wist ik niet dat ik nu een nieuwe wasmachine zou hebben omdat de ander het begaf.
Toen wist ik ook niet dat de auto nu bij de monteur zou staan omdat ie een heel gek geluid maakt.
Toen wist ik ook niet dat Linker Buur zijn huis te koop zou zetten.
Toen wist ik niet dat ik nu het boek over Mindfulness zou lezen, omdat ik dat intussen van een vriendin heb gekregen.
Tussen toen en nu is de (dode) coniferenhaag tussen onze tuin en die van de buren vervangen door een schutting. Vakkundig geplaatst door Lief en Rechter Buurman.
Tussen toen en nu is Lief ook nog eens op pad geweest met zijn Vader.
Zomaar een greep uit de dingen die er tussen toen en nu gebeurd zijn. Die ik nu weet maar toen niet.
Ik ben benieuwd naar wat er allemaal nog komen gaat.
Ik weet het niet en ik wil het ook niet weten.
Ik laat mij verrassen en blik liever af en toe terug.
Toen wist ik niet dat ik nu een nieuwe wasmachine zou hebben omdat de ander het begaf.
Toen wist ik ook niet dat de auto nu bij de monteur zou staan omdat ie een heel gek geluid maakt.
Toen wist ik ook niet dat Linker Buur zijn huis te koop zou zetten.
Toen wist ik niet dat ik nu het boek over Mindfulness zou lezen, omdat ik dat intussen van een vriendin heb gekregen.
Tussen toen en nu is de (dode) coniferenhaag tussen onze tuin en die van de buren vervangen door een schutting. Vakkundig geplaatst door Lief en Rechter Buurman.
Tussen toen en nu is Lief ook nog eens op pad geweest met zijn Vader.
Zomaar een greep uit de dingen die er tussen toen en nu gebeurd zijn. Die ik nu weet maar toen niet.
Ik ben benieuwd naar wat er allemaal nog komen gaat.
Ik weet het niet en ik wil het ook niet weten.
Ik laat mij verrassen en blik liever af en toe terug.
dinsdag 1 maart 2011
Huisje
Het zou zomaar kunnen dat ik binnenkort nieuwe buren krijg. Verleden week kwamen er kijkers.
Het huis naast het onze staat namelijk al een poosje leeg. Het heeft een schattig geveltje; een klokgevel, als ik het goed heb en het is gelegen in de zon. Als die schijnt.
Eerst werd de omgeving door de geinteresseerden van een afstandje bekeken. Vanuit verschillende hoeken werd de buurt verkend. Daarna werd er, voorzichtig, naar binnen gegluurd. Je moet toch zeker weten of het wel echt leeg is, toch?
Toen trok een van de kijkers de stoute schoenen aan en stapte, op zijn eigen wijze, brutaal naar binnen. Vanuit mijn verdekt opgestelde stoel, zag ik dat er wat werd rond gescharreld in het huis.
Plots werd er door de dapperste met een stoere blik van binnen naar buiten gekeken. Dat was een heel grappig gezicht!
Daarna waren ze weer gevlogen.
Ik betwijfel of de buurt veilig genoeg bevonden is.
Het huis naast het onze staat namelijk al een poosje leeg. Het heeft een schattig geveltje; een klokgevel, als ik het goed heb en het is gelegen in de zon. Als die schijnt.
Eerst werd de omgeving door de geinteresseerden van een afstandje bekeken. Vanuit verschillende hoeken werd de buurt verkend. Daarna werd er, voorzichtig, naar binnen gegluurd. Je moet toch zeker weten of het wel echt leeg is, toch?
Toen trok een van de kijkers de stoute schoenen aan en stapte, op zijn eigen wijze, brutaal naar binnen. Vanuit mijn verdekt opgestelde stoel, zag ik dat er wat werd rond gescharreld in het huis.
Plots werd er door de dapperste met een stoere blik van binnen naar buiten gekeken. Dat was een heel grappig gezicht!
Daarna waren ze weer gevlogen.
Ik betwijfel of de buurt veilig genoeg bevonden is.
vrijdag 4 februari 2011
Iemand en de deurmat
Afgelopen woensdag had ik mijn telefoon bij Iemand laten liggen .
Ik kwam er achter op mijn werk. Ik had een slaapdienst en wilde, voordat ik begon, Iemand een sms sturen. Maar dat ging dus niet.
Ik belde mezelf, omdat ik wilde weten waar ik was: bij Iemand of thuis. In eerste instantie werd er niet opgenomen, maar ik belde mezelf al gauw terug. Iemand had mijn telefoon gevonden en zou 'm die avond nog wel even bij mij thuis in de brievenbus gooien. Dat vond ik hartstikke lief van Iemand.
'Ik woon op nr 48'. 'Komt goed' verzekerde Iemand mij.
De volgende dag fietste ik verwachtingsvol naar huis. Maar al wat er lag; geen mobiel. Ik dacht: 'Nou ja, het is er bij Iemand vast niet van gekomen. Ik fiets straks even bij Iemand langs en dan haal ik mijn mobiel zelf op'. En zo geschiedde.
Iemand deed open en was duidelijk verbaast mij te zien. 'Ik kom mijn mobiel even halen', zei ik lachend. Iemand lachte blij terug en zei dat die op mijn mat lag. 'Nr 45 toch?'
De gedachte die ik eerder ter zijde geschoven had, was dus waar; Iemand had de verkeerde mat gekozen. Ik fietste snel naar huis en spoedde mij naar nr 45. Het zag er leeg uit. Echt leeg dan he; er stond een bord TE KOOP in de tuin. Ik vreesde het ergste. Er werd niet opengedaan. Het enigste dat ik kon verzinnen was om thuis dan maar een briefje te gaan schrijven met het verzoek aan nr 45 om de mobiel bij mij op nr 48 te deponeren.
Ondertussen had Lief al een aantal (lege) sms-en van mij gekregen. Iemand anders had mij dus wel gevonden en ik besloot mezelf weer te bellen. Ik nam niet op maar Lief werd snel teruggebeld; de buurman van nr 43 had mijn mobiel. Hoera!! Ik was weer terecht!! Nadat ik mijn broodje op had ben ik mezelf gaan halen bij nr 43.
Deze buurman had een tamelijk onrustig nachtje gehad. Want wanneer vind je nu een mobiel op je deurmat? De vragen die dat oproept hielden hem en zijn vriendin behoorlijk bezig.
Mijn uitleg verklaarde alles.
Zo spreek je je buurman nog eens.
Ik kwam er achter op mijn werk. Ik had een slaapdienst en wilde, voordat ik begon, Iemand een sms sturen. Maar dat ging dus niet.
Ik belde mezelf, omdat ik wilde weten waar ik was: bij Iemand of thuis. In eerste instantie werd er niet opgenomen, maar ik belde mezelf al gauw terug. Iemand had mijn telefoon gevonden en zou 'm die avond nog wel even bij mij thuis in de brievenbus gooien. Dat vond ik hartstikke lief van Iemand.
'Ik woon op nr 48'. 'Komt goed' verzekerde Iemand mij.
De volgende dag fietste ik verwachtingsvol naar huis. Maar al wat er lag; geen mobiel. Ik dacht: 'Nou ja, het is er bij Iemand vast niet van gekomen. Ik fiets straks even bij Iemand langs en dan haal ik mijn mobiel zelf op'. En zo geschiedde.
Iemand deed open en was duidelijk verbaast mij te zien. 'Ik kom mijn mobiel even halen', zei ik lachend. Iemand lachte blij terug en zei dat die op mijn mat lag. 'Nr 45 toch?'
De gedachte die ik eerder ter zijde geschoven had, was dus waar; Iemand had de verkeerde mat gekozen. Ik fietste snel naar huis en spoedde mij naar nr 45. Het zag er leeg uit. Echt leeg dan he; er stond een bord TE KOOP in de tuin. Ik vreesde het ergste. Er werd niet opengedaan. Het enigste dat ik kon verzinnen was om thuis dan maar een briefje te gaan schrijven met het verzoek aan nr 45 om de mobiel bij mij op nr 48 te deponeren.
Ondertussen had Lief al een aantal (lege) sms-en van mij gekregen. Iemand anders had mij dus wel gevonden en ik besloot mezelf weer te bellen. Ik nam niet op maar Lief werd snel teruggebeld; de buurman van nr 43 had mijn mobiel. Hoera!! Ik was weer terecht!! Nadat ik mijn broodje op had ben ik mezelf gaan halen bij nr 43.
Deze buurman had een tamelijk onrustig nachtje gehad. Want wanneer vind je nu een mobiel op je deurmat? De vragen die dat oproept hielden hem en zijn vriendin behoorlijk bezig.
Mijn uitleg verklaarde alles.
Zo spreek je je buurman nog eens.
woensdag 27 oktober 2010
Lumixje
Ik ben bang dat mijn super-handige compacte fototoestelletje 'Lumix' overleden is...
De lens blijft verstopt zitten in het toestel en wil er niet meer uit.
Ik begrijp dat ie niet zo oud als dit Griekse echtpaar kon worden. Maar ik had 'm graag wat langer dan 2,5 jaar willen gebruiken.
Ik mis 'm.
De lens blijft verstopt zitten in het toestel en wil er niet meer uit.
Ik begrijp dat ie niet zo oud als dit Griekse echtpaar kon worden. Maar ik had 'm graag wat langer dan 2,5 jaar willen gebruiken.
Ik mis 'm.
dinsdag 19 oktober 2010
woensdag 22 september 2010
Blij
Ik ben al tijden op zoek naar een theepot.
Nu zul je denken; die zijn toch overal te koop? Dat zijn ze ook, maar die vind ik niet leuk genoeg. Ik weet niet precies wat ik zoek; dat weet ik pas als ik 'm zie.
In gedachten zie ik een dikbuikige, gezellige pot, met een struise tuit en beschilderd met vogeltjes .
Maar misschien kom ik met iets heeel anders thuis. Maar dat weet ik pas als ik 'm zie.
Het mag ook een tweede handsje zijn. Vind ik eigenlijk nog leuker.
Nu liep ik laatst bij de Hema en daar stond een klein schattig potje zich goedkoop aan te bieden. Ik kon hem niet laten staan. Eigenlijk is-ie wat aan de kleine kant.
Groot genoeg voor twee mokken vol, maar veels te klein voor een gezin.
Je blijft zetten.
Nu zul je denken; die zijn toch overal te koop? Dat zijn ze ook, maar die vind ik niet leuk genoeg. Ik weet niet precies wat ik zoek; dat weet ik pas als ik 'm zie.
In gedachten zie ik een dikbuikige, gezellige pot, met een struise tuit en beschilderd met vogeltjes .
Maar misschien kom ik met iets heeel anders thuis. Maar dat weet ik pas als ik 'm zie.
Het mag ook een tweede handsje zijn. Vind ik eigenlijk nog leuker.
Nu liep ik laatst bij de Hema en daar stond een klein schattig potje zich goedkoop aan te bieden. Ik kon hem niet laten staan. Eigenlijk is-ie wat aan de kleine kant.
Groot genoeg voor twee mokken vol, maar veels te klein voor een gezin.
Je blijft zetten.
maandag 13 september 2010
Strijken
Ook (kleine) mannen kunnen strijken.
Heel goed strijken zelfs!
Abonneren op:
Posts (Atom)

